Appel – Malus domestica ‘Paradijsappel’




Appel – Malus domestica ‘Paradijsappel’
Uit Pomologia van Johann Hermann Knoop (1758): Het baanbrekende werk van Johann Hermann Knoop, hortulanus – zeg maar tuinman – van Maria Louise van Hessen Kassel (1688-1765) werd oorspronkelijk in 1758 uitgebracht bij Abraham Ferwerda, boekhandelaar, uitgever en in 1752 oprichter van de Leeuwarder Courant.
Met zijn beschrijvingen en illustraties van de beste appel- en peervariëteiten die in Nederland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en andere landen met uitsterven bedreigd waren en daarom gekweekt werden, mag Knoop met recht de grondlegger van de pomologie worden genoemd, de tak van plantkunde die gespecialiseerd is in de studie van fruitsoorten en -variëteiten, evenals de beschrijving en classificatie ervan. Van Roomse Griet fot Paradijsappel, van syden hemdje tot Doeke Martena . Ze staan allemaal in dit boek. Net als al die perensoorten: van Engelse koningin tot sonder sieltjes.
Paradys-Appel (Roode Dubbelde) is een groote appel, van gedaante langwerpig, naar ’t Oog toe, dat niet gezonken is, wat dunner toelopende, en voorts doorgaans een weinig kantig; zyn schil is glad, van Koleur bruin-rood, en zomtyds aan de eene zyde wat groenagtig; zyn Vleesch is vast, van een tamelyk geurige, dog niet zeer verhevene smaak, weshalven mees voor een Pot-Appel dient; waar toe hy veel geagt word, om dat hy groot is, en een goed Gestoof geeft.
De Boom maakt goed sterk Gewas, word groot , en is heel draagbaar.
Daar is nog een Mede-zoort van deze Appel, die met groove, roode strepen op een ligt-roode, of groenagtige grond gestreept is; dog deze is andere in genen dele van de gemelde onderscheiden, en schijnt alleen door de Grond, of het Plantzoen daar die op geënt is, ontstaan te zyn; ja men vind ze op dezelfde Boom zomtyds gestreepte en ongestreepte.
Paradys-Appel, (ROODE ENKELDE) Deze verschilt niet van de voorgaande, dan alleen dat die veel kleinder is, maar is nochtans een zoort op zig zelfs.
Bron: Universiteit Utrecht
In ons voedselbos staan er in ieder geval twee Paradijsappels, door Leo geënt tijdens een ent-cursus bij Monique (Op Goede Grond).