Abrikoos - Prunus armeniaca
Abrikoos – Prunus Armeniaca
De abrikoos (Prunus armeniaca) is een boom- of struikvormige plant die regelmatig gekweekt wordt om de vruchten. Qua vrucht is dit een steenvrucht. De soortaanduiding is enigszins misleidend, omdat de soort niet uit Armenië komt, maar zij stamt uit het Noordoosten van China.
De abrikoos kwam pas 30 eeuwen later in Armenië aan en werd ongeveer 70 jaar voor het begin van onze jaartelling via Griekenland door de Romeinen over de rest van Europa verspreid. Tegenwoordig zijn er soortkruisingen tussen de abrikoos en de Japanse pruim, zoals plumcot, aprium en pluot.
Herkomst in Europa
Het Hongaarse laagland is het traditionele teeltgebied in Europa geworden. De Ottomanen hebben hier destijds grote boomgaarden met abrikozen aangeplant, die helaas na hun vertrek niet meer werden bijgehouden. Eerst vanaf ongeveer 1800 werden er weer abrikoosplanten aan de grond toevertrouwd om zandverstuivingen te stoppen. Juist abrikozen zijn hier geschikt voor omdat ze naast hitte en droogte, koude prima kunnen verdragen. Momenteel produceert Turkije meer dan 4/5 van de wereldproductie aan gedroogde abrikozen en abrikozenpitten. Tegenwoordig worden abrikozen vooral in Italië en Spanje geteeld. En meer noordelijk, zoals in het Oostenrijkse Wachau en het Zwitserse kanton Wallis.
Kenmerken
De bloesems verschijnen vroeg in Nederland, al in maart tot april. De meestal kleine en alleenstaande bloemen zijn lichtroze gekleurd en verkleuren iets lichter naarmate ze langer open staan. De fraaie bladvorm, de mooie rode groeitoppen en de vroegbloeiende lichtroze bloesems, zorgen ervoor dat de abrikozenboom een hoge sierwaarde heeft. Daar blijft het niet bij, want ook in de herfst heeft de abrikozenboom nog een hoge toegevoegde waarde voor zijn omgeving omdat de bladeren relatief lang aan de boom blijven zitten en daarna een prachtige herfstkleur krijgen.
Doordat de bloesems nog vroeger bloeien dan perziken loopt de vruchtzetting gevaar door de gevoeligheid voor schade door nachtvorst. De meeste rassen zijn min of meer zelfbestuivend, het aanplanten van verschillende rassen heeft zeker invloed op een succesvolle vruchtzetting.
In Nederland rijpen de vruchten onder glas in juli en bij de buitenteelt een maand later. Als steenvrucht heeft de abrikoos een fluweelzachte huid en een gladde kern. Bij de meeste rassen ligt de steen/kern los in het vruchtvlees.
Een abrikozenboom kan op zijn eigen wortels wel 10 meter hoog worden. Omdat een dergelijke groeikracht voor de teelt niet gewenst is de abrikoos vaak geënt op een onderstam. Bij de keuze van de onderstam is het van belang te weten hoeveel groeikracht die de onderstam geeft aan de boom. Bijvoorbeeld in het geval van een zwak groeiende onderstam draagt de boom eerder al vruchten en blijft de boom kleiner van formaat.
Conserveren en consumeren
Gedroogd kunnen abrikozen kunnen lange tijd bewaard worden. Ingelegd in brandewijn is een andere conserveer methode, deze “drank” wordt dan boerenmeisjes genoemd. Abrikozen worden ook gebruikt als het belangrijkste ingrediënt van abrikotines (een Frans nagerecht). En natuurlijk in de heerlijke Limburgse abrikozenvlaaien.
