Roomappel Pawpaw - Asimina triloba 'Mary Foos Johnson'



Roomappel Pawpaw – Asimina triloba ‘Mary Foos Johnson’
Deze Pawpaw-variant werd ontdekt in 1965. De cultivar werd geselecteerd uit het wild in Kansas door Milo Gibson. De zaailing werd geschonken aan North Williamette Experiment Station in Aurora, Oregon, door Mary Foos Johnson. De Kentuky State Universitiy meldt over deze Pawpaw-soort: Grote vrucht, gele schil, boter-kleurig vruchtvlees; weinig zaden; rijpt eerste week van oktober in Michigan.
De geelgroene vruchten hebben een zoete smaak en je kan ze verwerken tot allerlei lekkers. Maar let op: zonder haar rode bloemen geeft de indianenbanaan ‘Mary Foos Johnson’ geen vruchten. De bloeiperiode is in de maanden tussen april en mei. Om deze vruchtboom goed te laten groeien, is het belangrijk dat de plant in doorlatende, voedselrijke grond op een halfschaduwrijke standplaats geplaatst wordt. Essentieel is een voldoende en regelmatige watervoorziening. Met zijn piramidale groei kan hij zo’n 3 tot 5 m hoog worden. De groeikenmerken van ook deze fruitbomen zijn echter sterk afhankelijk van de gebruikte onderstam, dus houdt rekening met mogelijke afwijkingen.
In het voedselbos is in december 2025 1 exemplaar ‘Mary Foos Johnson’ geplant.
Algemeen
Gelukkig wordt deze, bij ons tamelijk winterharde fruitboom uit Noord-Amerika en Canada steeds bekender en populairder. Het klimaat van de oorspronkelijke habitat van de plant (Noord- & Noordoost Amerika) heeft eigenlijk best veel overeenkomsten met het Nederlandse klimaat, waardoor de plant het logischerwijs ook goed doet bij ons in Nederland. Van oorsprong groeit de vrucht echt midden in de wildernis, tussen allerlei andere bomen. De Pawpaw is zeer winterhard. Wanneer de boom in de volle grond is geplant kan deze makkelijk tegen temperaturen van rond de -20 Graden Celsius.
De smaak van de langwerpige, geelgroene vruchten is echt exotisch en gaat richting banaan, mango en ananas en zit vol vitamines. Zo gezond, dat er serieuze aanwijzingen zijn op de voorkoming van kanker, zie de tabel hieronder.
Er zijn minstens 2 planten nodig voor kruisbestuiving. Jonge planten staan graag schaduwrijk en worden ‘s winters wat extra beschermd, later is volle zon ook prima en kunnen ze wel een pittig wintertje hebben. Hoogte uiteindelijk 2-5 m, snoeien is aan te bevelen om nog hogere groei te voorkomen! De opbouw van de boom is iets hoger dan breed, dus op den duur is een boomspiegel van 3-4 meter aan te bevelen. Houd tussen 2 bomen minimaal 4 m afstand. Na ongeveer 4 jaar zijn de eerste vruchten te verwachten, voorafgegaan in de lente door vreemd geurende, witte naar roodbruin verkleurende bloemen.
Voor de ideale bodem van Pawpaw kijken we naar de natuurlijke omgeving van de vrucht. Zoals hierboven omschreven, komt de Pawpaw van nature voor in de bossen van Noord- en Noord-Oost Amerika.
Hieronder lees je de voedingswaardetabel van de Pawpaw, vergeleken met de banaan, appel en sinaasappel. (Bron: Kentucky University – vertaald)

In de tabel is de cel die de hoogste waarde heeft, donkergroen gekleurd.
Als we de tabel goed aflezen, dan zien we dat de hoeveelheid vitamines in de Pawpaw ongeveer gelijk is aan de hoeveelheid vitamines in een banaan, appel of sinaasappel. Hoewel de Pawpaw niet altijd het best scoort, zit hij wel altijd aan de hoge kant.
Extra interessante qua voedingswaarde van de Pawpaw, dat zijn de mineralen en aminozuren. Bij bijna alle geteste onderdelen, scoort de Pawpaw het hoogst. Het meest opvallende zijn de mineralen zoals ijzer, magnesium, zink en koper. Deze mineralen zijn in relatief hoge concentratie aanwezig in de vrucht. Er zit zelfs ruim twintig keer zoveel ijzer in de Pawpaw als een banaan en ook ruim twintig keer zoveel magnesium in een Pawpaw als in een appel.
Kortom, de Pawpaw heeft niet alleen een goede smaak, maar ook zijn voedingswaarden zijn enorm interessant.
Voor (nog) meer informatie over deze supervrucht, kijk dan eens bij Kwekerij Asimina
Het Pawpaw-project
Hoe de voedselbosboeren van ’s Heeren Vruchten na twee mislukte pogingen om Pawpaw’s te laten groeien er hun schouders onder gezet hebben om over enkele jaren toch hun eigen pawpaw’s te kunnen proeven en eten, dat kan je lezen in project Pawpaw.
